Reisverhaal 2010

De reis naar Albanië heb ik per vliegtuig gemaakt. Het doel was om namens ‘Stichting Hulp voor Albanië’ de projecten te bezoeken die de stichting ondersteunt. Op 17 juli 2010 vertrok ik om 16.00 uur van Schiphol en na een voorspoedige vlucht kwam ik om 24.00 uur aan op het vliegveld in Tirana.

2010-01In Tirana werd ik afgehaald door, inmiddels mijn vriend geworden, Dhurymi. Hij heeft een dwarslaesie en rijdt in een aangepaste auto, wat hem goed afgaat. We waren in korte tijd in Maricay, waar voorheen het centrum ‘God loves Albanië’ -bedoeld voor mensen met een fysieke beperking-  was gevestigd. Het centrum is in andere handen overgegaan en Dhurymi en ik moesten genoegen nemen met een plek in de bijgebouwen. Het is daar primitief, er is geen douche en koken gaat ook niet gemakkelijk. Ik vond het een goede les om dit mee te maken, je kunt je dan gemakkelijker inleven hoe de mensen daar moeten leven.

Maricay

In de vijf dagen die ik in Maricay was, heeft Dhurymi me gereden. We hebben veel families bezocht om hulp te bieden met voedsel en kleding, dat doe ik standaard, iedere reis. Ze zijn zo dankbaar. Ik vraag altijd of ik even in de koelkast mag kijken. Die is meestal leeg en de mensen weten niet dat wij komen. Wij bezoeken ook scholen en opvanghuizen, dat blijft een rampgebeuren. Overal is tekort aan en de gebouwen worden niet onderhouden. De koeien en paarden die we tijdens vorige reizen hebben gegeven waren er allemaal nog.

Korca

Voor het volgende project ben ik naar Korca gegaan, waar ik verbleef in een goede accommodatie en het eten smakelijk was. Korca is vergelijkbaar met Alphen aan den Rijn en telt zo’n 60.000 inwoners. We hebben daar veel gezinnen bezocht, een zigeunercommune, een kliniek, en enige projecten voor straatkinderen. In een dorpje 20 kilometer verderop wonen twee gezinnen die een koe van de stichting hebben gekregen. De voorzieningen waren goed, er waren zelfs balen hooi in voorraad voor de winter en de koeien zagen er goed uit. Er konden geen nieuwe koeien worden afgeleverd, ze waren veel te duur. Dat was jammer, want we hadden ze de mensen wel beloofd.

In Korca werd ik uitgenodigd om bij een gezin, een zigeunerfamilie, een schrijnend verhaal aan te horen. De drie kinderen krijgen meer slaag dan eten, een meisje van twaalf jaar deed haar truitje uit en toonde zichtbare blauwe plekken. De vader werkt niet en drinkt de hele dag. Hij haalt het geld op bij het uitkeringskantoor en het grootste gedeelte gaat naar de kroeg. Voor de betaling van de stroom hadden ze een achterstand van elf maanden en ze hadden de laatste waarschuwing gekregen: Geen geld, dan afsluiting. De moeder was ten einde raad. De andere dag zijn we met haar naar het kantoor van het energiebedrijf gegaan en hebben de rekeningen, 200 euro betaald. Buiten huilde ze van blijdschap. Wij denken steeds mee om mensen aan werk te helpen.  Het ziet er naar uit dat ze geld kunnen verdienen met kachelhout te klieven, 60 % van de bevolking stookt hout en voor 500 euro kunnen wij ze uitrusten met het benodigde gereedschap.

Durres

Daarna ben ik naar Durres gegaan. Bij het kantoor van de Nederlandse organisatie ‘Zending over Grenzen’ was een koe afgeleverd, die niet aan de verwachtingen voldeed. Ik heb de vader van Dhurymi gebeld en die wilde de koe graag voor 400 euro kopen. Degene die de koe niet goed vond, wilde deze houden, plus 500 euro om een andere te kopen. Maar dat wilde ik niet, ik ben er van overtuigd dat ze de koe wilden houden en de 500 euro dan extra zouden hebben. De koe is natuurlijk veel meer waard. De vader van Dhurymi laat hem grazen, het geld is geregeld en we kijken wel wat er verder moet gebeuren.

Terug in Maricay

De voorganger van de Baptistenkerk in Maricay had nog een schrijnend geval. Het ging om een weduwvrouw waar vader en moeder, heel oud, inwonen. Wij zijn er gaan kijken en het was volgens mij verantwoord om het gezin te helpen. Voor ruim 700 euro was er nog een aardige koe, hij zag er goed uit en het gezin was gelukkig. Omdat we maar één koe hebben afgeleverd, is er meer geld besteed aan voedselprojecten. Toen was mijn werk af en was het tijd om naar huis te gaan, een week eerder vanwege de hitte: 42 graden. Met weemoed ga ik altijd weg, in de wetenschap veel mensen achter te laten die geen schoon drinkwater hebben, beperkt stroom krijgen, nooit een vast inkomen hebben en vaak kinderen thuis hebben die niet naar school kunnen omdat daar geen geld voor is. Maar hoe vlug ben ik weer in ons eigen verwende wereldje terug… Ik blijf me inzetten en zie uit naar de volgende reis, in 2011. Blijft u Stichting Hulp voor Albanië steunen?

Pieter Kalshoven